Verhaal van Truus

Waarom? … Daarom!

Het verhaal van tijdgetuige Truus Menger – Oversteegen
Jan Bonekamp, Truus Oversteegen, Freddie Oversteegen en Hannie SchaftWat zal ik over me zelf vertellen? Ik ben in 1923 In Haarlem geboren, Freddie Oversteegen is mijn zus. Ik heb vier kinderen en ook vier kleinkinderen. Hannie, mijn oudste dochter, is naar Hannie Schaft genoemd. Ik woon nu in Grootebroek en werk als beeldhouwster.

Ik heb een kindertehuis in Soweto opgericht (Bambisanani) voor geestelijke en lichamelijk gehandicapte kinderen. Die mensen daar zijn straatarm, we moeten echt helpen.

Veel mensen noemen me dapper, levenslustig en strijdbaar.image-truus-kinderhuis
Dat klopt ook wel. Als iets niet deugt, ga ik er op af. Daar denk ik niet zo lang over na. Als ze me vragen waarom deed je dat, hoe durfde je dat, zeg ik vaak “daarom”.

Zo ben ik in 1940 ook in het verzet gekomen. In een groep met Freddie, Jan Bonekamp en later ook Hannie Schaft. “Je bent niet brutaal als je iets niet pikt.”Soms waren we doodsbang bij een overval of toen we een brug moesten opblazen. Soms ook blij en dankbaar bijvoorbeeld als we onderduikers en kinderen konden redden. Soms ook woedend als we verschrikkelijke dingen zagen. Echt wanhopig was ik toen Hannie vlak voor het eind van de oorlog gevangen werd genomen en ik haar niet kon bevrijden. Ze hebben haar vermoord.

Mensen zijn niet altijd aardig tegen me geweest, dat komt omdat ik communist was. Daar ben ik wel eens bitter over. Maar ik ben altijd idealist gebleven, ondanks alles.

Wij hadden het thuis arm, op school tekende ik graag en goed, maar er was geen geld voor de kunstacademie. “Ik ben idealist gebleven, ondanks alles.”In de oorlog was ik ondergedoken bij Mari Andriessen. Hij heeft het bekende beeld van de dokwerker gemaakt over de Februaristaking in Amsterdam. Van hem heb ik veel geleerd, ook later nog. Veel van mijn werk gaat over de oorlog. Ik probeer in mijn beelden fierheid, trots en innerlijke kracht aan te geven. Het Kindermonument in Amsterdam heb ik ook ontworpen. “Samen spelen – Samen leven” heb ik daar op gezet.

Ik ga graag naar scholen om met jonge mensen te praten, om te vertellen hoe het in de oorlog was en hoe we ons voelden, om uit te leggen dat je niet brutaal bent als je onrecht niet pikt. Als ik nu 16 was zou ik bij Greenpeace gaan of voor Amnesty International gaan werken.

Ik heb een boek geschreven
‘Toen Niet – Nu Niet – Nooit’. “Mensen zijn niet altijd aardig tegen me geweest, dat komt omdat ik communist was.”Ik heb het opgedragen aan mijn zusje Freddie. Het gaat ook over ons. Over onze jeugd toen mijn moeder en dus wij ook vluchtelingen uit Duitsland hielpen, over mijn eerste baantjes. Maar vooral hoe we in het verzet kwamen (het verspreiden van illegale kranten als de Vonk en de Waarheid, de oproepen voor de Februaristaking), hoe we onderduikers hielpen en hoe we bij de verzetsgroep kwamen van Jan Bonekamp. In 1943 moest ik ondergedoken Joodse kinderen naar een veilig adres brengen, dat was een verschrikkelijk moeilijke opdracht. Later kwam Hannie Schaft bij onze groep, die we eerst niet eens vertrouwden. In mijn boek heb ik over ons verzetswerk verteld en ook hoe we ons voelden.

Over Hannie is veel geschreven. “Waarom?
Daarom!”Het bekendst is wel “Het meisje met het rode haar” van Theun de Vries, daar is ook een film van gemaakt. Ik ben nog steeds betrokken bij de Hannie Schaft Stichting, mijn dochter Hannie is voorzitter. Elk jaar op de laatste zondag van november herdenken we in Haarlem Hannie Schaft. Zij is op 27 november 1945 herbegraven.