Verhaal van Dirk

Dirk Willem Christiaan – Opa Dicky

Dick Neijssel over zijn vader
image-dirk-jongMijn vader Dirk Willem Christiaan Neijssel overleed op 26 maart 2001. Hij was toen de Opa van honderden kinderen. ‘Een foto van Dick Neijssel tijdens zijn jeugdOpa Dicky’ was door het leven getekend. Hij had een arme jeugd en groeide zonder vader, zonder opa of oma, maar met moeder, twee broers en twee zusjes op in Kattenburg.

Aangekleed werd hij door ‘het steun’ (een soort sociale dienst). Deze kleding was van een gemeentemerk, voorzien (Andreas- kruizen). Iedereen kon dus zien dat hij een steuntrekkertje was. Eten deed hij bij de gemeentelijke gaarkeuken. De kwaliteit van dit eten was zo slecht dat hij vaak stonk. Op jonge leeftijd had ‘Opa Dicky’ daardoor te maken met discriminatie. Hij mocht niet meedoen bij het spelen omdat hij steun-kleren droeg en stonk!

Op 15 jarige leeftijd ging hij met zijn oudste broer het huis uit. Zijn broer ging naar Spanje om daar te strijden in de Burgeroorlog tegen de fascisten van Franco. “We waren soms doodsbang.” Achttien jaar was ‘Opa Dicky’ toen de Tweede Wereld Oorlog uitbrak. Er was geen twijfel mogelijk voor ‘Opa Dicky’: die ‘moffen’ moesten bestreden worden. Zij discrimineerden en daar wist hij alles van. Fascisme, racisme en discriminatie dat was het wat de Duitsers hier brachten, alles wat hij haatte. ‘Opa Dicky’ zette deze haat om in het communistisch Verzet. Hij werd voor de bezetter een terrorist en voor de Joodse medemens een vriend in nood.

Mijn vader was tijdens zijn verzetsdaden vaak bang maar niemand die dat zag of wist. ‘Opa Dicky’ overleefde de oorlog met moed, kameraadschap, vrees, honger en verdriet.

Na de oorlog zette ‘Opa Dicky’ zijn eigen oorlog voort. Een oorlog voor een beter leven voor kinderen. Kinderen mochten nooit meer in steun-kleren lopen of voedsel moeten eten waarvan je ging stinken. Ouders moesten het beter krijgen dan zijn moeder. Zij moeten hun kinderen gezond eten kunnen geven, behoorlijk aankleden en met vakantie laten gaan.

Twee keren was ‘Opa Dicky’ betrokken bij grote stakingen. “Dan zijn jullie ook februaristakers.” De Februaristaking in 1941 en de grote Gemeente Vervoersstaking in 1955. Hij betaalde hiervoor een grote tol. Na de Februaristaking vermoordden de Duitsers diverse verzetsmakkers. Na de grote Tramstaking verloor ‘Opa Dicky’ zijn goede baan bij het GVB en kwam hij met zijn gezin opnieuw in armoede terecht.

“Mijn vader was geen maffer.” Op latere leeftijd vertelde verzetsman Neijssel, als ‘Opa Dicky’, de kinderen van de speeltuin, de buurt en de scholen over de oorlog. Hoe die er was gekomen en waarom die er nooit meer mag komen. Hij wist de geschiedenis te vertalen in de woorden van zijn jonge toehoorders.

Het leverde die ‘arme’ rijke verzetsman de eretitel van ‘Opa Dicky’ op.