Toespraak Nathan Bouscher op 4 mei 2018

Toespraak Nathan Bouscher op 4 mei 2018 tijdens de herdenking op Rozenoord

Geachte aanwezigen,

Ik had u graag uitgebreid willen vertellen over mijn Duitse grootvader Willi Bouscher en zijn gevechten met nazi’s in de beginjaren dertig, nadat hij zich had aangesloten bij het verzet. Over zijn vlucht naar Amsterdam en zijn gevangenschap en marteling direct nadat Nederland door Duitsland bezet was. Mogelijk was hij de eerste Jood die hier gearresteerd werd, maar niet om zijn Joods-zijn, maar omdat hij in een belangrijke verzet-cel zat. Over zijn onderduik op het Leidseplein, recht tegenover het politiebureau dat door de Gestapo ingenomen was. Over de zelfmoordpoging met zijn moeder, het lot kennende van wat de joden zouden ondervinden, die zij niet overleefde maar mijn opa wel. Over hoe hij vrijwel nooit over de oorlog sprak en wij veel van derden hebben moeten vernemen.

Of over mijn andere grootvader Jonny Levy uit Varsseveld in de Achterhoek. Hoe een oud-klasgenoot van mijn opa, die zich vrijwillig had aangesloten bij de SS, hem in 1942 na terugkomst uit Oost-Europa in SS-uniform waarschuwde voor de moord op de Joden. Over hoe ze vervolgens in onderduik gingen op een boerderij in Lichtenvoorde van de in Yad Vashem geëerde verzetshelden Willem en Dina Geurink.

Maar zo uniek als deze verhalen zijn, zijn deze verhalen niet uniek. Velen van ons hebben een dergelijke familiegeschiedenis.

De verzetshelden uit die tijd, zoals die hier zijn gefusilleerd, verdienen het om jaarlijks te worden herinnerd. Zij zijn gestorven als martelaren voor de menselijkheid; voor humaniteit, rechtvaardigheid en vrijheid. Zij hebben hun leven, en dat van hun naasten, geriskeerd voor een hoger goed, in een zwarte tijd waarin de massa grijs bleef.

Nu wij hier staan op 4 mei zouden wij graag geloven dat wij in die tijd anders hadden gehandeld; maar doen wij het nu wel goed?

Terwijl de laatsten die deze tijd hebben meegemaakt, ons langzaam ontgaan, maakt het trauma van het nazisme plaats voor een nieuw trauma, dat van het moderne antisemitisme.

Een bevriende Marokkaans-Nederlandse docent, die verschillende klassen heeft meegenomen naar onder meer Auschwitz, had onlangs een Holocaust-overlevende laten spreken voor zijn klas. De jongeren toonden geen respect voor de hoogbejaarde. Een deel van de leerlingen vertrok met als reden dat ze van hun imam hadden gehoord dat ze niet naar een Jood mochten luisteren. De docent, en de NIOD-medewerker met wie hij dit organiseerde, waren fysiek en geestelijk gebroken. En wie hoopte op hulp van de instanties kwam net als in die oorlogsjaren bedrogen uit: ze schoven het af.

Het gaat hier niet om een incident. Door heel Europa is te zien hoe op scholen, op het werk en in de publieke ruimte het antisemitisme, veelal maar niet uitsluitend door mensen met een islamitische achtergrond, nieuw leven wordt ingeblazen.

In maart jongstleden werd de Joodse 85-jarige vrouw Mireille Knoll, ooit ontsnapt aan de Holocaust, vermoord in Parijs. Ze werd dood aangetroffen in haar appartement met 23 messteken en haar lichaam was deels verkoold. Het Openbaar Ministerie in Parijs sprak van een antisemitisch misdrijf.

Slechts één geval in een lange reeks aan aanvallen op de joodse gemeenschap. Zo vindt in Frankrijk al jaren een gestage exodus plaats van Joden die naar Israël vertrekken. Zij weten hoe laat het is. Samen met 300 vooraanstaande intellectuelen heeft de Franse premier zelf al meermaals de noodklok geluid over het islamitisch antisemitisme.

Ook in Duitsland luidde de Duitse premier de noodklok en stelde dat de immigratie vanuit Arabische landen volgens haar een belangrijke oorzaak zijn van het groeiende antisemitisme.

Onlangs nog konden wij zien hoe een van oorsprong Israëlisch-Arabische jongeman niet wilde geloven dat Joden anno nu in Berlijn niet veilig op straat een keppel kunnen dragen. Bij wijze van experiment zette hij zelf een keppel op en werd pardoes meerdere keren door een Syrische vluchteling met een riem geslagen. Een keppeltjes betoging in Duitsland was het resultaat. Een burgerlijke vorm van solidariteit! Helaas met een bescheiden opkomst van vooral Joden.

Het is juist daarom onze taak om op scholen de lessen van de Holocaust te blijven herhalen, maar tot onze schaamte moeten we erkennen dat ruim 70 jaar na dato deze lessen op een groeiend aantal scholen niet verteld kan omdat de Tweede Wereldoorlog weerstand oproept bij jongeren met veelal een islamitische achtergrond.

Europa vermoordde zes miljoen Joden en als zij tegen het nieuwe antisemitisme geen weerstand kan bieden, vraag ik mij oprecht af of dit continent een toekomst heeft. De Joden zijn de kanarie in de kolenmijn.

Op 4 mei, en de dagen eromheen, voel ik mij vooral een Jood. Op Dodenherdenking zet ik mijn keppel op ter nagedachtenis aan de meer dan 100.000 omgekomen Nederlandse Joden. Één van de hoogste percentages vermoorde Joden.

Bij terugkomst van mijn familieleden uit de onderduik die de oorlog wel hebben overleefd, stuitten zij nog op veel antisemitisme, terwijl velen beweerden in het verzet te hebben gezeten. Mijn opa zei vaak: “Ná de oorlog, tóen was er veel antisemitisme in Nederland”.

De geruchten over de vernietigingskampen gingen in de rondte. Koningin Wilhelmina heeft zich in al die oorlogsjaren nauwelijks uitgelaten over het lot van de Nederlandse Joden, die eeuwenlang zo trouw waren aan het huis van Oranje.

Het Nederlandse volkslied, dat na de twee minuten stilte zal worden gezongen, zing ik dan met enige bescheidenheid.

Het liefst zing ik uit volle borst het Hatikva, het prachtige Israëlische volkslied, dat letterlijk De Hoop betekent en symbool staat voor het verlangen van het Joodse volk om een vrij volk te zijn in ons eigen land. Goddank voor de Joden over de hele wereld, dat deze hoop werkelijkheid is geworden.

Tijdens deze herdenking herdenken wij de oorlogsslachtoffers, terwijl hedendaags antisemitisme springlevend is in Europa. De oorzaken én gevolgen hiervan mogen niet met de mantel der liefde of door politieke correctheid worden bedekt. Alleen aan een traan op 4 mei hebben we niets.

Uit de jaren dertig waarin het nazisme opkwam en uit de oorlogsjaren daarop volgend kunnen wij leren dat naïviteit en onverschilligheid dodelijk kunnen zijn.

We moeten voor onszelf opkomen en voor onze medemens. Houd uw ogen open en laat uw hart spreken.

“All that is necessary for the triumph of evil is that good men do nothing.”
“Alles wat nodig is voor de overwinning van het kwaad is dat goede mensen niets doen.”

Het is tijd dat wij in verzet komen.

Stil blijven is geen optie.