Toespraak Fem Korsten

Beste aanwezigen,

vandaag begonnen wij onze stille tocht in de Rivierenbuurt, bij het kindermonument. Deze speeltuin werd op 3 november 1941 aangewezen als Joodse markt, en alleen hier mochten joden hun waren verkopen en hun haring, maanzaadballetjes en garen en band kopen.
Daarnaast werd de markt als fuik gebruikt. De Duitsers laadden de joodse families in, in overvalwagens om ze naar de Hollandse Schouwburg te brengen als voorpost van de vernietigingskampen. Uit alleen al de Rivierenbuurt alleen zijn er in totaal zo’n dertienduizend buurtbewoners opgepakt en afgevoerd, omdat ze Joods waren.

En 73 jaar geleden, in de laatste maanden van de oorlog, is hier, vlakbij deze plek, iets bijzonder verschrikkelijks gebeurd.
Er zijn hier waarschijnlijk zo’n 140 mannen gefusilleerd, van slechts 100 weten nog wij hoe ze heten.

Veel van deze mannen hebben bijzondere dingen gedaan, om zich in te zetten, voor onze vrijheid, maar hebben daar uiteindelijk hun leven voor moeten geven.

We staan vandaag stil bij de mensen die gedood zijn omdat ze het verkeerde geloof hadden, of de verkeerde geaardheid, een andere politieke kleur, omdat ze niet van het goede ras waren of gehandicapt.

De mensen die niet mochten zijn wie ze waren.

Vandaag staan we stil bij hun offer, en het offer van zovelen tijdens deze oorlog voor onze vrijheid, en andere oorlogen, voor de vrede van anderen.

We staan stil op deze twee bijzondere plekken, met een bijzonder beladen geschiedenis, die je alleen nog maar kunt afleiden uit de geplaatste monumenten.

Gelukkig leven wij hier nu in andere tijden.

In Amsterdam wonen nu mensen van zeker 180 verschillende nationaliteiten, jong en oud, arm en rijk, met verschillende geloven, overtuigingen en orientaties, en zij mogen er allemaal zijn.
Samen herdenken we de oorlog die 73 jaar geleden eindigde.

Ondertussen is oorlog gelukkig zo bijzonder in Nederland, dat er steeds minder mensen zijn die nog oorlog hebben meegemaakt, en dat er families zijn waar niemand meer in leven is die nog weet wat het is om in oorlog te leven.

Het is zo bijzonder dat het herdenken van de oorlog en haar slachtoffers steeds minder vanzelfsprekend is. Dat er wordt gesproken over lawaaidemonstraties. Dat niet alle voorzieningen meer automatisch sluiten.

Dat er zelfs lang sprake van geweest dat deze bijzondere plek zou verdwijnen om plek te maken voor de snelweg, en dat er zelfs al een tweede monument is gekomen om de mannen die op deze plek gevallen zijn te herdenken – het stoelenmonument hier even verderop, met de namen van de slachtoffers, voor zover bekend.

Helaas is niet overal ter wereld oorlog zo bijzonder. En ondertussen ben ik ook niet meer zo zeker dat mijn familie nooit meer iemand zal kennen die oorlog heeft meegemaakt.

Vandaag gedenken we de oorlog en haar slachtoffers. De mensen die vervolgd werden omdat ze niet het goede geloof hadden, of de verkeerde geaardheid, een andere politieke kleur hadden, van het verkeerde ras waren, of gehandicapt.

De mensen die niet mochten zijn wie ze waren.

En in stilte bedanken we de mannen en vrouwen die allen op hun eigen manier hebben gevochten voor onze vrijheid; de vaders en moeders, de broers en zussen, de grootouders, de kinderen, de mensen die hun leven hebben gegeven voor onze vrede, zodat wij geen oorlog hoeven te kennen.

Laten we lessen trekken uit het verleden.

Een mensenleven is zo ontzettend waardevol. Ieder mensenleven. En laten wij er ons voor inzetten dat er geen levens meer gegeven hoeven te worden voor vrijheid.